Een (z)ingeving bij het schilderij Confrontatie van Alfred Hafkenscheid

 

Het is alsof ik zelf voor de spiegel sta. Mijn voeten stevig op de houten vloer geplant. Het ruggenmerg in de wervelkolom geeft prikkels uit mijn omgeving door aan mijn brein. Mijn hoofd beukt tegen de spiegel. Ik heb het koud. Mijn armen verdwijnen in de spiegel om de ander te omarmen. Ik zit gevangen in mijn vlees; wil eraan ontsnappen, het gaat niet. De deur staat open, maar buiten is het zwart. Een fractie van een seconde later, voel ik een rilling over mijn ruggengraat en word ik me ervan bewust dat ik naar een schilderij kijk, waarin ik eerst taalloos ronddwaalde. Dan pas zoek ik woorden om deze ervaring betekenis te geven.

 

In een ogenschijnlijk kale ruimte, waarvan de gevangenisachtige deur openstaat, staat een menselijke figuur met grote voeten en lange benen voor een lichaamsgrote spiegel. Het spiegelbeeld heeft geen armen en gezicht, dominant erin is het skelet, vooral dijbeen en ribbenkast; het is tevens bijna een rntgenfoto. Is het een confrontatie met zichzelf, met de ander of met de dood? Of alles in een vleselijke kluwen samengebald? De spiegel is geen symbool van narcisme, maar laat eerder de naakte waarheid zien. De ongeslachtelijke figuur draagt niet de warme vleeskleur van een van levenslust blakend mens, wel van een mens die lijdt onder de kou. Een desolate situatie. Het schilderij verbeeldt, in dunne verfstreken, genadeloos de naakte existentie van de mens: ronddolend vlees in een onverschillig universum. Het grijpt je bij de keel. Sommigen zullen er snel aan voorbij lopen, zeggende: walgelijk! 

 

Je verwacht niet dat dit schilderij uit het penseel is gevloeid van Alfred Hafkenscheid. Hoe kan een op het eerste gezicht aimabele, zachtaardige man zulke harde, confronterende beelden op de wereld zetten? Hij verspilt niet veel woorden aan zijn kunst. Het is misschien een ontdekkingstocht naar een innerlijk beeld, zegt hij terloops. Zijn ik staat niet tussen het werk en de beschouwer.

Hij werd in 1936 op Java geboren en verbleef daar met zijn moeder tijdens de Tweede Wereldoorlog in een Jappenkamp. Hij is al zijn hele leven als kunstenaar actief. Naast menselijke figuren schildert hij landschappen. Vorig jaar is er een boek over hem gepubliceerd en vond de premire plaats van een documentaire over zijn leven en werk. 

 

Zijn werk met vervormde menselijke figuren in kille ruimten staat niet in een bepaalde traditie. Het roept vooral de kunst van Francis Bacon in herinnering. De ontmoeting met werk van Francis Bacon heeft dan ook diepe indruk gemaakt op Alfred Hafkenscheid. Het is hier niet de plaats om uitgebreid in te gaan op hun beider werk. Maar beiden dringen eerst onderhuids de voorbewuste wereld binnen waarin mensen grotendeels verkeren. Daarna pas dwingen ze mensen tot bezinning. De filosoof Merleau-Ponty parafraserend: Er is hierbij sprake van een primordiale dialoog tussen het lichaam en de wereld; een existentile relatie tussen individu en omgeving.

Beide kunstenaars schilderen menselijke figuren die gevangen zitten in claustrofobische ruimten; waaruit nauwelijks ontsnappen mogelijk is. Hafkenscheid schildert dun: breekbare, bijna doorzichtige figuren, terwijl Bacon de figuren met pasteuze verfstreken neerzet en de omgeving dun. De warme kleuren van het vlees zijn kenmerkend voor Bacon, bij Hafkenscheid voelt het vlees kouder aan. Hafkenscheid deelt niet de opvatting van de optimistische nihilist Bacon die eens gezegd heeft. We are born and we die there is nothing else. Were just part of animal life. Hij dwingt ons tot een menselijker kijk op ons aardse bestaan.

 

Jan van Oirschot, kunsthistoricus, dierenarts.